De kweek

Niets is zo fascinerend, zo prachtig om te zien en zo spannend in deze hobby, als het kweken van discussen. Elke hobbyist zal hier wel eens de neiging toe voelen. Als je de jongen wilt opkweken moet je wel rekening houden met heel wat werk. Veel hobbyisten hebben hiervoor niet de tijd of zien er gewoon tegen op om dit te doen en beginnen er dus helemaal niet aan. Als je het toch eens wilt proberen, is een van de belangrijkste dingen een goed bij elkaar passend koppel. De beste manier om dit te krijgen is om de vissen zelf elkaar te laten kiezen uit een groep van discussen. Zo heb je ook het meeste kans op slagen. Als je een koppel hebt, moet je eerst en vooral zorgen dat je vissen in een goede conditie verkeren. Als je hen dan samen in een kweekbak zet met water van een lagere microsiemens, dan zullen ze al vlug overgaan tot het afleggen van eieren.

Eerst beginnen ze daarvoor een stuk van de kegel of een andere oppervlakte te poetsen. Dit kan enkele uren, een dag of zelfs meerdere dagen duren. Daarna gaan ze over tot het afzetten. Het vrouwtje legt een rij eieren en het mannetje gaat achter haar aan en bevrucht de eieren. Je moet er natuurlijk voor zorgen dat er op dat ogenblik niet te veel stroming in het water is, anders zal de bevruchting slechts ten dele gebeuren. Als het water op een temperatuur is tussen 28 en 30°C, dan zullen de eieren na ongeveer 60 uren uitkomen. De ouders nemen dan de pas uitgekomen larven en plaatsen ze op een andere plek die ze vooraf hebben zuiver gemaakt. Daar blijven de jongen vastplakken tot de dooier is opgebruikt.

Na twee dagen beginnen de eerste jongen vrij te zwemmen. De ouders zullen in het begin nog proberen om de jongen telkens terug te plaatsen, maar ze zullen het al vlug moeten opgeven. Nu is het belangrijkste om te zorgen dat de jongen op de zijkant van de ouders komen om van het slijm op de huid te eten. Als dit gelukt is, kan men na enkele dagen beginnen met het bijvoeren van pas uitgekomen artemia. Hiervoor moet dus ook vooraf een kweek worden opgezet.



Na enkele weken kunnen de jongen naar een apart aquarium overgebracht worden. Ze moeten meermaals per dag gevoerd worden, minimum 8 maal. Het verversen van het water is ook een belangrijk punt voor een goede ontwikkeling. De verversingen moeten wel heel voorzichtig gebeuren want de jongen zijn zeer gevoelig aan schommelingen in de watersamenstelling. Vanaf de derde week beginnen we te verversen met iets harder water omdat het de jongen niet aan bouwstoffen voor hun skelet mag ontbreken. Bij een goede verzorging zullen de jongen snel groeien.